Dichter in de buurt
In oktober van dit jaar kwam het nieuws dat een aantal onbekende gedichten waren aangetroffen van de dichters Bredero en Starter. Dankzij deze ontdekking zijn we meer te weten gekomen over de literaire situatie in Amsterdam rond 1610. Zijn eigen zinspreuk is nu wel erg toepasselijk: 't Kan verkeeren.
De teruggevonden gedichten vormen een nieuwe schakel in de ingewikkelde druk- en tekstgeschiedenis van de uit het Frans vertaalde verhalenbundels 'Tragische Historien', die van het einde van de zestiende tot het midden van de zeventiende eeuw in Nederland verschenen.
Gerbrand Adriaensz Bredero werd geboren in 1585 te Amsterdam en heeft vrijwel zijn hele leven in die stad doorgebracht tot hij in 1618 stierf, omdat hij tijdens het schaatsen in een wak reed. Erg oud is hij dus niet geworden. Desondanks heeft hij een redelijk groot oeuvre bij elkaar gedicht, waarvan vooral de komedie De Spaansche Brabander en het Groot Liedt-Boeck nog steeds met plezier gelezen kunnen worden.
Doordat Bredero vooral schreef in plat Amsterdams over het leven op straat, zijn zijn gedichten voor ons in de twintigste eeuw leesbaar. In tegenstelling tot zijn deftige tijdgenoten Vondel en Hooft, die vaak in hoogdravende taal en met latijnse benamingen de taal machtig probeerden te maken.
Zijn toneelstukken hebben hetzelfde probleem als veel reality TV: ze zijn nogal ongestructureerde series scenes uit het dagelijks leven, zonder een duidelijke verhaallijn. Hierdoor blijft Bredero de meest moderne onder de zeventiende-eeuwse dichters.
Wie meer wil weten over Bredero kan terecht op de websites:
http://cf.hum.uva.nl/bookmaster/bredero&starter en
http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/bredero/
|
Het elfde Sonnet van de Schoonheid O rijpe boezem wit die voor mijn ogen stadig Met maagdelijke melk verschijnen daar beladig Och, die 't eens weten mocht, wat Hemels zuigelink En zitten op haar schoot, verslaan zijn kinderpraat, |






